Trauma's zijn onder te verdelen in drie soorten, met de daarbij aansluitende behandeling. 
Bij alle trauma's geldt  dat we iedere sessie beginnen met een oefening van mindfulness en compassie, zodat je kunt leren je meer bewust te zijn van wat er in je lichaam gebeurt, welke emoties er zijn en welke gedachten en overtuigingen je hebt. In de loop van de therapie leer je om met compassie naar jezelf (en anderen) te kijken, zodat je milder en vriendelijker kunt reageren naar jezelf en anderen.

Shocktrauma

Een, vaak éénmalige, ingrijpende gebeurtenis die te intens was voor je om te kunnen verwerken. De gemobiliseerde overlevingsenergie blijft opgeslagen in je lichaam, waardoor je diverse klachten ontwikkeld. 
Voorbeelden van shocktrauma zijn:

  • Ongelukken 
  • Mishandeling of ander lichamelijk geweld
  • Getuige zijn van geweld of een andere ernstige gebeurtenis
  • Aanranding of verkrachting
  • Traumatische medische ingrepen, bevallingen of een miskraam
  • Plotseling verlies van een dierbare
  • Brand of inbraak
  • Natuurramp
  • Etc.

Shocktrauma is goed te behandelen met Somatic Experiencing. Hierbij leer je om de opgeslagen overlevingsenergie los te laten, zodat je je weer veilig kunt gaan voelen en het weer rustig voelt in je lijf. Dat doen we met kleine stapjes, zodat je niet overspoeld wordt. We richten ons op waar het trauma in het zenuwstelsel zit en het is niet nodig om het trauma steeds opnieuw te vertellen - en herbeleven. Je leert je bewust te worden van je interne en externe hulpbronnen die helpen het lichaam te ontspannen en je gesteund en veilig te voelen. Klik hier om Peter Levine, de grondlegger van Somatic Experiencing, erover te horen vertellen.

Ontwikkelingstrauma

Dit is wat ook wel jeugdtrauma wordt genoemd. Hierbij kun je denken aan:

  • Te weinig veiligheid ervaren hebben in het gezin waar je opgegroeid bent
  • Je ouders waren onvoldoende in staat om zich af te stemmen op wat jij als kind nodig had
  • Seksueel misbruik
  • Fysieke mishandeling
  • Emotionele mishandeling
  • Emotionele verwaarlozing
  • Voortdurende spanningen tussen ouders
  • Getuige zijn van mishandeling van een ouder of broer(tje) of zus(je)
  • Vechtscheiding
  • Ziekte van van een of beide ouders
  • Als kind veel in het ziekenhuis hebben gelegen
  • Etc.

Deze situaties maken dat je je in veel gevallen niet veilig kunt hechten aan je ouder(s), waardoor hechtingsproblemen kunnen ontstaan. Dit heeft veel invloed op de manier waarop je je later hecht aan geliefden.

Als je als jong kind al veel onveiligheid ervaart, ontwikkel je strategieën om je door de moeilijke situatie heen te slaan en je toch zo goed mogelijk te kunnen ontwikkelen.
In die onveilige situatie zijn dat hele helpende overlevingsmechanismes, maar in het latere volwassen leven hebben ze vaak een negatieve of zelfs destructieve uitwerking. Zowel op jezelf als op je relaties met anderen. Als oude onveilige ervaringen worden getriggerd, reageer je direct vanuit zo'n overlevingsmechanisme en lukt het vaak niet goed om vanuit je volwassenheid te reageren en in die mate die passend is bij wat er op dit moment gebeurt.
Zo kun je bijvoorbeeld ineens heel erg boos worden en uitvallen, terwijl je wel beseft dat dat nu niet zo handig is. Of je voelt je plotseling angstig, zonder dat je weet waarvóór precies. Of je twijfelt voortdurend over keuzes die je kunt/moet maken in het leven: de ene keer denk je zus en de andere keer denk je zo en je komt er niet uit. Het kan ook zijn dat je overspoeld wordt door verdriet dat aanvoelt alsof het van een heel jong kind is.

In de therapie onderzoeken we hoe jouw overlevingsmechanismes eruit zien, welke invloed ze in het hier-en-nu hebben op jezelf, je leven en contacten en hoe jij meer zeggenschap kunt krijgen over je eigen leven en je reacties.
Zo nodig werken we met de traumadelen in jezelf, die je kunt leren geruststellen, zodat je in de toekomst minder triggers ervaart en jezelf sneller rustig kunt maken als je toch getriggerd raakt. 
Naast het werken met traumadelen, maken we ook hier weer gebruik van somatic experiencing. 

Intergenerationeel trauma

Onbehandelde trauma's worden meestal doorgegeven aan je kinderen, daardoor zijn er in families vaak meerdere generaties getraumatiseerd. Dat kan op drie manieren gebeuren:

  • Door fysieke aspecten, zoals veel stresshormoon tijdens de zwangerschap dat het zenuwstelsel van de baby beïnvloed
  • Door hoe getraumatiseerde ouders hun kinderen benaderen: doordat ze zelf vaker en sneller stress en sterke emoties ervaren, zijn ze minder in staat om goed af te stemmen op hun kinderen en om rustig en beheerst met hun emoties om te gaan. Dat kan overweldigend zijn voor kinderen en leiden tot onveilige gevoelens en angst. Ondanks dat ouders vaak erg hun best doen om hun kinderen juist te behoeden voor wat zij zelf meegemaakt hebben. Klik hier voor een plaatje waarop het duidelijk uitgelegd wordt.
  • Trauma's kunnen zelfs genen veranderen om op die manier beter aangepast te zijn aan de situatie; ook zo worden trauma's doorgegeven aan latere generaties. Gelukkig blijkt dat traumatherapie deze genetische aanpassingen weer uit kan schakelen, waardoor het trauma niet nog verder doorgegeven hoeft te worden aan latere generaties.

Daarnaast kunnen ervaringen als oorlog en andere beangstigende situaties zorgen voor familiaire trauma's. Denk aan 2e generatie oorlogsslachtoffers: zij hebben geen oorlog meegemaakt, maar de verschrikkelijke ervaringen van ouders, grootouders en andere familieleden toch verinnerlijkt, wat tot een trauma heeft geleid.

Intergenerationeel trauma valt wat mij betreft onder ontwikkelingstrauma, omdat dit ook al vroeg in de kindertijd begint en wordt ook als zodanig behandeld. Aanvullend kunnen bepaalde familieleden bij de behandeling betrokken worden of kan een familieopstelling helpen om het trauma duidelijker te krijgen.